Opinie Jan-Maarten Elias: Internationale rankings helpen Nederlandse verduurzaming


Dit artikel verscheen ook op DGBC.nl.

U weet allang dat Nederland onderaan de Europese lijsten bungelt wanneer het gaat om het opwekken van duurzame energie en het doorvoeren van de Europese energie efficiëntie maatregelen. We verslaan nog net Malta met het aandeel opgewekte duurzame energie. Deze transparantie is echter de broodnodige aanjager om de Nederlandse verduurzaming te versnellen.

Ook in 2015 heeft Nederlands meerdere waarschuwingen met potentiële boetes gekregen vanuit Brussel om de, al in 2012 verplichte, richtlijn energiebesparing in haar wetgeving door te voeren om gezamenlijk de Europese CO2-reductie doelstelling in 2020 te halen. Ook in 2008 en 2009 ontving Nederland een waarschuwing voor het niet doorvoeren van energie-efficiëntie maatregelen in de Nederlandse wetgeving. En als het al is ingevoerd, blijkt dat er niet of nauwelijks gehandhaafd wordt.

Dat Nederland ook internationaal last heeft van haar achterhoede gevecht, is evident. Met veel bombarie trok een grote Nederlandse delegatie richting Parijs, waar zij heeft moeten uitleggen dat Nederland nu echt de inhaalslag gaat maken om bij de dragen aan de 2020-doelstelling. En dat haar eigen opgestelde Energieakkoord gehaald gaat worden. Intussen merken we dagelijks de effecten van de klimaatverandering. ‘No time to waste’, zou je zeggen.

Uitgelachen tijdens after party

Het positieve van zulke internationale lijstjes is dat je als mens ook geconfronteerd wordt met je positie ten opzichte van anderen. Een goede relatie van mij is directeur van de Nederlandse vestiging van een groot internationaal concern. Tijdens de jaarlijkse global meeting, werden de landen onderling vergeleken op meerdere aspecten, waaronder duurzaamheid en corporate social responsibility (CSR). De Nederlandse vestiging eindigde op deze lijstjes onderaan. Tijdens de after party werd hij uitgelachen door zijn internationale collega’s.

Intrinsieke motivatie

Geconfronteerd met deze slechte positie kwam hij terug en legde een aantal ambitieuze doelstellingen voor 2018 voor zijn organisatie vast, waaronder Zero Waste, Zero CO2 emission en BREEAM In Use –Very Good voor de verschillende gebouwen in Nederland. Het personeel werd bij alle onderdelen actief betrokken. Het programma is intussen binnen de structuur van het bedrijf verankerd, staat als vast onderdeel op het directie- en OR-overleg en stapje voor stapje wordt dit zeer systematisch, efficiënt en vol overgave uitgevoerd. Het enthousiasme waarmee dit programma ook op de werkvloer omarmt werd, gaf de bevestiging dat de noodzaak om bij te dragen door iedereen gedragen werd. En intussen is het personeel geïnspireerd om met deze kennis te werken aan nieuwe innovaties en blijken de bestaande klanten deze activiteiten zeer hoog te waarderen. Vanuit intrinsieke motivatie is deze verduurzaming bottom-up vorm gegeven.

Meer data openbaar om te kunnen vergelijken

Grote financiële instellingen BlackRock en ABP willen dat bedrijven meer en beter vergelijkbare gegevens bekendmaken over ‘duurzame’ criteria, als CO2-emissies. En waarmee bedrijven met elkaar vergeleken kunnen worden en het risico op klimaatverandering voor beleggingen en investeringen wordt ingecalculeerd. Dus ook top-down wordt verplicht dat instellingen zoals bedrijven en overheden actief meedoen om data aan te leveren voor internationale vergelijkingen en lijsten.

Internationale rankings zijn effectief

Internationale duurzaamheidsrankings zijn daarom effectief voor de bewustwording, om doelen te stellen, de mogelijkheid het personeel te betrekken en om het risicoprofiel van investeringen vast te stellen. Ik hoop dat zowel de overheid als CEO’s van bedrijven deze lijsten serieus nemen en vaker gebruiken zodat zij zien welke impact zij kunnen maken voor een schone, veilige en gezonde toekomst.

Jan-Maarten Elias, directeur Unica Ecopower