BNA Onderzoek: “Dure installaties geen garantie voor frisse school”

Uit onderzoek van de BNA (Bond van Nederlandse architecten) blijkt dat dure installaties niet hoeven te leiden tot gezonde scholen. BNA heeft onderzocht hoe een school presteert jaren na oplevering. Strookt het gebruik met de verwachtingen die ooit geformuleerd zijn in het programma van eisen? Zijn de beheerkosten volgens verwachting? En voelen docenten en leerlingen zich op hun plek?

Onderzoek
Tien schoolgebouwen zijn onderzocht. Het onderzoeksteam bestond uit BBA Binnenmilieu, ICS adviseurs en twee interviewers. Ze hebben samen met de architecten van de scholen onderzoek gedaan naar: binnenklimaat, licht, akoestiek, beheerkosten, gebruik, flexibiliteit en zintuiglijke ervaring. Er zijn duurmetingen uitgevoerd in de scholen, docenten hebben enquetes ingevuld en er is door participerende observatie de ‘verhalen achter de cijfers’ achterhaald.

Conclusies

Enkele conclusies uit het onderzoek zijn:

  • Het binnenmilieu is in een deel van de onderzochte gebouwen onvoldoende. De gebruikers ervaren het binnenklimaat als slechter dan uit de metingen naar voren komt. Dit kan er aan liggen dat CO2 maar één aspect van binnenklimaat is. In scholen waar de gebruikers invloed hebben op het binnenklimaat – door bijvoorbeeld een raam open te zetten – wordt het klimaat als beter ervaren.
  • Meer en duurdere installaties zijn geen garantie voor een goed binnenmilieu. Ook is er geen aantoonbare relatie tussen de hoogte van de investeringen in installaties en een lagere EPC.

Het onderzoeksteam verkent de mogelijkheden om het onderzoek op te schalen naar een groter aantal schoolgebouwen.

Betrokken bij dit project zijn: Gert Grosfeld (GSG Architecten), Atze Boerstra, Froukje van Dijken en Sarah Juricic (BBA Binnenmilieu), Rop Krist (ICS Adviseurs), Ton Verstegen en Dolf Broekhuizen.

Samenvatting onderzoek