Column: Mismatch tussen vraag en aanbod op kantorenmarkt

Het bericht op deze website van 14 juni jl. ‘Het Nieuwe Werken gedijt het beste in een nieuwbouwkantoor’ verdient volgens de auteurs van het rapport een toelichting.

Het rapport gaat in op de invloed van ‘Het Nieuwe Werken’ op de kantooromgeving en is geschreven vanuit de ervaring die commercieel vastgoedadviseur CB Richard Ellis heeft met gebruikers. Opdrachtgevers met nieuwe wensen en eisen op het gebied van hun werkomgeving. Het zijn organisaties die steeds meer medewerkers van Generatie Y en Z in dienst hebben en willen aantrekken. Deze generaties zijn gericht op samenwerken en communicatie. Medewerkers maken minder onderscheid tussen privé en werk; Ze willen flexibel en mobiel werken. De invloed hiervan op de werkomgeving blijft niet onopgemerkt. Bezettingsgraden van kantoren nemen af en toch wil de medewerker een inspirerende werkomgeving die als ontmoetingsplek fungeert. Dwingende noodzaak dus om de betekenis van het kantoor als bindingselement (‘het cement tussen de stenen’) zeker te stellen en daarbij de business van de gebruiker optimaal te faciliteren.

Bereikbaarheid

De huisvestingsadviseurs van CB Richard Ellis kijken daarbij uiteraard eerst naar de mogelijkheden van de bestaande huisvesting. De wensen en eisen van een organisatie beperken zich daarbij niet alleen tot de directe werkomgeving. Ook de ligging van het kantoor wordt in toenemende mate belangrijk. Bereikbaarheid met de auto, maar vooral met het OV, faciliteren de medewerker optimaal en dragen bij aan een beter milieu. Daarnaast neemt de vraag naar faciliteiten in de omgeving (supermarkt, horecafaciliteiten of sportschool) sterk toe. Het is dan ook niet alleen een kwestie van een passend interieur, als de locatie en omgeving niet gunstig zijn, wordt dit op termijn als een probleem ervaren. Daarnaast is de structuur van een gebouw van essentieel belang voor de werking van het kantoor als bindingselement en ontmoetingsplek. We noemen er een paar: een eigen identiteit, een herkenbare entree, een ‘sociaal hart’ met alle faciliteiten, transparante trappen en vides en open, grote en diepe verdiepingsvloeren.

Toenemende mismatch

Wat met het rapport getracht wordt duidelijk te maken, is dat er een toenemende mismatch ontstaat tussen de kwalitatieve vraag en het gestandaardiseerde, bestaande aanbod. Het is een confrontatie met het voorliggende probleem en een vraag aan onszelf of wat men zoekt wel aansluit op de bestaande voorraad. Als dit het geval is, is nieuwbouw uitgesloten. Als aanpassingen mogelijk zijn, worden die uiteraard onderzocht en de kansen benut. Maar het antwoord op die vraag is helaas in enkele situaties: neen. En dan is in dwingende gevallen voor grotere organisaties, met oppervlakten vanaf ongeveer 2.500 m², gerichte nieuwbouw geschikter. Hierdoor zijn we in staat hogere duurzaamheidsdoelen te behalen. Want: hoe beter de match tussen programma van eisen en gebouw, des te efficiënter en duurzamer het gebruik.

Wat wij bedoelen met huisvesting die aansluit op Het Nieuwe Werken? Geen ‘one size fits all’, maar een op maat gemaakt plan, dat past bij de identiteit, cultuur en doelstellingen van de organisatie.

Ank Dorscheidt is samen met Bert Rietmeijer auteur van het rapport ‘What Users Want’.

Rapport

Download hier het rapport.

Bron: Facilitair Management Magazine


Een antwoord op “Column: Mismatch tussen vraag en aanbod op kantorenmarkt”