Column: Een gebouw zonder omgeving, is als een boot op het land

(Door Nynke Sijtsma, Rijksgebouwendienst) – Het is goed dat er steeds meer aandacht komt voor het fenomeen gebiedsontwikkeling. Met meer partijen uit de vastgoedketen en belanghebbenden samen een gebied ontwikkelen leidt tot kostenbesparingen, betere ruimtelijke kwaliteit, meer veiligheid en sociale cohesie en, last but not least, tot meer duurzaamheid.

Gemeenschappelijkheid
Ik zie gebiedsontwikkeling op dit moment als een goed samenspel van het gemeenschappelijk inrichten, beheren en onderhouden van een gebied, het delen van voorzieningen en een gemeenschappelijk energievoorziening.

Daarbij is het belangrijk om een gedeeld beeld te hebben van de kwaliteit en functies van het gebied. Die gemeenschappelijkheid is meteen het grootste dilemma, want normaal gesproken is men geneigd te kijken naar de problematiek van alleen het eigen gebouw, en dat is vaak al moeilijk genoeg. Als je de omgeving bij je gebouw wilt betrekken, vraagt dat nog veel meer afstemming en ook lef.

Bovendien is er afstemming en samenwerking nodig over het delen van voorzieningen zoals winkels, horeca, parkeren en fitness. Voorzieningen kunnen zo meer efficiënt
en effectief worden gebruikt.

Verder is er veel winst te behalen als je werkt aan een gemeenschappelijke energievoorziening. Vanaf 2019 moeten alle nieuwbouwprojecten en grootschalige renovaties van de overheid energieneutraal zijn. Dat betekent nogal wat, en is eigenlijk alleen mogelijk door een gebiedsgerichte benadering. Oftewel met andere eigenaren en huurders in het gebied energie produceren, verdelen en gebruiken. Zo schijnt de zon niet altijd, dus zonnepanelen op het dak zijn niet voldoende. Er zullen ook andere hernieuwbare energiebronnen moeten worden benut. Voor de uitwisseling van energie zijn smart grids nodig en dat is typisch een issue dat op gebiedsniveau moet worden aangepakt.

Randvoorwaarden
Gebiedsontwikkeling regelen we niet zomaar.

Om te beginnen moet gebiedsontwikkeling in de genen van de bouwwereld komen. Daarbij is het belangrijk dat men gaat rekenen met levensduurkosten van een gebouw, dus investeringen én exploitatiekosten.

Met zo’n langetermijnperspectief zal bijvoorbeeld meer geïnvesteerd worden in betere materialen en installaties, omdat de beheer- en onderhoudskosten over de hele periode daardoor lager uitvallen dan bij korte termijn oplossingen. Kwaliteit loont!

Verder is het nodig masterplannen te maken voor een gebied als geheel. Daarin zullen functionele en technische aspecten een rol spelen maar ook contractuele afspraken. Partijen zullen lef moeten tonen en elkaar moeten vertrouwen. Dat is nog geen algemeen goed in de bouwsector. Een gebouw ontwikkelen zonder rekening te houden met de omgeving in zijn geheel is als een boot kopen om op het land te laten staan.

Een gebied moet voor alles ruimtelijke kwaliteit bieden. Een gebied moet mensen aan het hart gaan, ze moeten zich er prettig en veilig voelen. Ik noem dat ‘dierbaarheid’. Dan wil iedereen met elkaar er ook voor zorgen dat het mooi blijft.

Nynke Sijtsma, Rijksgebouwendienst


Een antwoord op “Column: Een gebouw zonder omgeving, is als een boot op het land”