Gemeente Venlo – case (2): “We gaan ook het Ruhrgebied bedienen”


De gemeente Venlo gaat het cradle-to-cradle (C2C) gedachtegoed toepassen op een nieuw te realiseren multifunctioneel centrum (MFC). Onder meer het nieuwe VVV-voetbalstadion wordt onderdeel van het MFC. Projectmanager Michel Weijers van de gemeente Venlo gaat in op een aantal vragen.

1. De Rekenkamer van de gemeente Venlo vond dat er risico’s zitten in de financiële constructie. Wat is uw reactie?
Weijers: “Aan MFC De Kazerne wordt als voorwaarde gesteld dat zij voor de ontwerpfase een waarborgfonds oprichten van tien miljoen euro. MFC de Kazerne BV is nu druk bezig om het geld bij elkaar te krijgen via private investeerders. Dit is ook een waarborg voor de huurpenningen. De jaarlijkse huur is namelijk berekend op twee miljoen euro. Eventuele tekorten op de huurpenningen kunnen aangevuld worden uit dit waarborgfonds. Dit geeft zekerheid: theoretisch zou het MFC 5 jaar leeg kunnen staan zonder problemen te krijgen met de huurprijs, dit zal natuurlijk geen realiteit worden.”. Het bijzondere van deze constructie is dat zowel overheid als de private investeerder gezamenlijk iets mogelijk willen maken. Waar zie je op dit moment nog de bereidheid van een private investeerder om 10 miljoen euro privaat geld in te brengen, om het risico voor de gemeente af te dekken.”

2. De regio Venlo telt 100.000 inwoners. Is een MFC met een capaciteit van 23.500 duizend gerechtvaardigd?
Weijers: “het MFC krijgt 15.000 zitplaatsen en heeft bij een concert een capaciteit van 23.500 personen (zit- en staplaatsen). Het complex richt zich niet enkel op de regio Venlo (100.000 duizend inwoners), maar expliciet ook op Duitsland. Voor Duitsers is Venlo geografisch maar ook cultureel gezien onderdeel van het Ruhrgebied of het Rheinland. Er zijn in het Ruhrgebied al veel grotere multifunctionele centra, maar er zijn er weinig met een capaciteit tussen de 20 tot 25 duizend bezoekers. Over een periode van zestien jaar zijn er altijd risico’s verbonden aan een dergelijk project. Maar we hebben het programma van VVV Events getoetst en het is een realistisch programma”.

3. Waarom niet gekozen voor een BREEAM – of LEED-certificering?
Weijers: “Met een BREEAM-certificering komt er minstens honderdduizend euro aan kosten bij. Dat geld besteden we liever aan een real-time meetsysteem. Er zijn ook inhoudelijke verschillen. Een stuk PVC-buis kan binnen de BREEAM-certificering duurzaam zijn. Bij cradle-to-cradle kan PVC helemaal niet duurzaam zijn omdat het helemaal niet hergebruikt kan worden”.

4. Is een ESCo een optie binnen het project?
Weijers: “Het is mogelijk dat onderdelen van de energievoorziening worden uitbesteed aan marktpartijen. Ik hoop eigenlijk dat een ESCo-model onderdeel wordt van dit project of van de gebiedsontwikkeling. Nu is binnen het contract vastgelegd dat de huurder de energielasten betaald. Zij krijgen de garantie dat er jaarlijks vijftigduizend euro minder aan energie wordt uitgegeven. Dit kan ook voor andere geïnteresseerde partijen een ‘trigger’ om huurder van dit complex te worden. Als gemeente hebben we geen winstoogmerk en hoeven we er niet aan te verdienen”.

Lees ook deel 1 van het interview.