Case – Energiebesparing vliegveld Düsseldorf deels Nederlands succes

Het Duitse Düsseldorf International Airport heeft het Weather Forecast Control (WFC) gekozen als klimaatregelsysteem. Het Nederlandse Crijns Energy Controlling staat samen met het Duitse MeteoViva aan de wieg van het systeem. Een interview met directeur Harry Crijns van Crijns Energy Controlling.

Veertig procent minder energiekosten

Het WFC-systeem wordt toegepast in het gebouw ‘Centrum Oost’ van het vliegveld. De energiekosten zijn daarna met veertig procent verminderd ten opzichte van de oude situatie. De aanwezige verwarmingsketels, koelmachines en ventilatorkasten functioneren efficiënter door het systeem. De Duitsers zijn zo tevreden met de nieuwe oplossing dat het systeem ook in andere gebouwen van het vliegveld wordt geïnstalleerd.

1. Hoe zijn jullie bij het project betrokken geraakt?
Crijns: “We hebben een samenwerking met Duitse MeteoViva, die het WFC-systeem heeft bedacht. Samen met hen hebben we met behulp van subsidies van de Duitse deelstaat Nordthein-Westfalen het systeem verder ontwikkeld. Na drie jaar testen kunnen we nu eerste positieve resultaten laten zien. Het vliegveld had een energieprobleem. Het gebouw was weliswaar twee jaar geleden gerenoveerd van een energielabel D naar een energielabel B. Maar de praktijk viel tegen, want er werd per vierkante meter meer energie verbruikt dan in de oude situatie”.

2. Hoe kan dat?
Crijns: “Het bestaande gebouwbeheersysteem (GBS) was niet goed afgeregeld, terwijl dit essentieel is. In de praktijk zie ik vooral dit probleem ontstaan bij goed geïsoleerde gebouwen, die werken met een conventioneel GBS. Er ontstaat meer warmtecapaciteit in een gebouw als er beter geïsoleerd wordt. De klimaatregeling wordt bij betere isolatie nog kritischer. Een conventioneel GBS reageert enkel op het moment zelf en kan geen voorspellingen doen. Met het WFC-systeem kan er 24 uur van te voren op veranderingen geanticipeerd worden. Er wordt enkel zoveel gas en of elektriciteit verbruikt wat de werkelijke energiebehoeften dekt”.

3. Wat voor besparingen worden behaald met dit systeem?
Crijns: “In Duitsland heeft het Bouw en Grond Bedrijf (BLB) van de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen, te vergelijken met de Rijksgebouwendienst, gezegd dat dit systeem zorgt voor minimaal elf procent besparing op de energiekosten (ter vergelijking van het prijspeil van energie in 2010). Vertaald naar energieverbruik ligt de besparing tussen de achttien en twintig procent. In Duitsland zijn de kantoren gemiddeld groter dan in Nederland (vijf – tot zesduizend vierkante meter vs. drieduizend m2). Dat maakt het systeem betaalbaarder voor hen”.

4. Weet de Nederlandse Rijksgebouwendienst van dit idee?
Crijns: “We hebben contact gezocht met de Rijksgebouwendienst, maar dat is tot nu toe tevergeefs geweest. De RGD wil graag voorbeelden in Nederland zien en ze willen garanties met betrekking tot de energiebesparing. In Nederland hebben we nu opdracht voor drie projecten: het DSB gebouw van de gemeente Nijmegen, het kantoorgebouw van Arcadis in Arnhem en de Hogeschool HAS-Den Bosch. We kunnen een energiebesparing garanderen van vijftien procent, maar in de praktijk valt de besparing hoger uit, omdat we de instellingen van het GBS elimineren. Doordat we continu monitoren, krijgen we steeds scherper inzicht in het gebouw en kan de simulatie steeds fijner afgesteld worden”.

5. Wat kost het systeem?
Crijns: “We verkopen licenties van het systeem voor vijftigduizend euro per stuk. Bij een gebouw van 3.000 m2 kan de investering binnen vijf jaar terugverdiend worden. We zijn druk bezig om het systeem ook op de Energie Investerings Aftrek lijst te krijgen. Dan kan er 41,5 procent van de investeringen van de fiscale winst worden afgetrokken. Het levert ook een rentevoordeel op van twee procent. Dit is aantrekkelijk voor vastgoedeigenaren zodat zij ook profiteren van investeringen in duurzaamheid”.