INTERVIEW Paul de Ruiter: “Eerst energiebesparing, dan zonnepanelen”

Architect Paul de Ruiter vindt dat energiebesparing nog altijd de voorkeur geniet boven energie-opwekking, via bijvoorbeeld zonnepanelen. Ook vindt hij dat vastgoedbeleggers en – eigenaren meer kansen moeten pakken op het gebied van energiebesparing. Zo pleit hij voor energie-uitwisseling tussen winkels en woningen, maar dit soort concepten ontbreken in de exploitatieberekeningen van de belegger. De Ruiter: “Een Albert Heijn kan de warmte van haar koelingen verkopen aan de woningen erboven bijvoorbeeld. Die kansen missen beleggers in hun exploitatieberekeningen”. Architectenbureau De Ruiter is onder meer bekend van de ontwerpen van het TNT-hoofdkantoor in Hoofddorp en het Transport-gebouw op Schiphol, het hoofdkantoor van Transavia en Martinair.

Twee jaar geleden gaf je in een interview met Energievastgoed aan niet in zonnepanelen te geloven. Een gebouw moet eerst goed georiënteerd zijn en haar energie juist beperken in plaats van op te wekken. Geldt dat nog steeds?
TransPort- Amsterdam- architect Paul de RuiterDe Ruiter: “Het wordt steeds aantrekkelijker om in zonne-energie te investeren. Maar energie besparen is nog altijd beter. Ik vind warmte en koude gemakkelijker te genereren dan elektra. Mijn voorkeur gaat nog steeds uit naar besparing door zo veel mogelijk natuurlijk daglicht te gebruiken. Ook energiezuinige verlichting en geschakelde verlichting door aanwezigheidsdetectie helpt met besparen. Dat zijn de eerste stappen. Wat je overhoudt, moet je duurzaam zien op te wekken. Ik vind het dus te gemakkelijk om te zeggen: ‘Ik heb een duurzaam gebouw, want ik heb zonnepanelen op mijn dak’. Daar zit ook nog een stap voor, van zo min mogelijk energie verbruiken”.

Onderzoek van vastgoedadviseur Jones Lang LaSalle wijst uit dat het energieverbruik in duurzame gebouwen gemiddeld hoger ligt in vergelijking met niet-duurzame gebouwen. Hoe kan dat?
De Ruiter: “Dat lijkt me niet de bedoeling. Door het Nieuwe Werken wordt een gebouw intensiever gebruikt. Dat vergroot je energieverbruik. Maar het doel is om met een duurzaam gebouw een neutraal en minder energieverbruik te krijgen. Ik vind het heel gevaarlijk om door middel van zo’n onderzoek duurzaamheid weer onder de tafel te schuiven. Met nieuwe technieken zoals CO2-gestuurde installaties en verlichting, kun je nog meer energie besparen. Daar zit een grote marge. Denk aan een Rijksgebouw waar op vrijdagmiddag heel weinig mensen werken. Een heel gebouw staat ‘aan’ voor een paar mensen, een absurd idee. Met Het Nieuwe Werken kun je daarop inspelen door te zeggen: het is vrijdagmiddag, we gaan met zijn allen op de begane grond zitten. De lift hoeft niet gebruikt te worden, de toiletten en de vloerbedekking worden niet vies. Je werkt ook efficiënter met elkaar doordat je dichter bij elkaar zit. Maar dat vergt een nieuwe organisatie”.

Heeft het met bewustwording te maken?
paul-de-ruiter-e1305205521846De Ruiter: “Ja, met alleen de wens voor een duurzaam gebouw ben je er niet. Het is alsof je een duurzame auto koopt en hem alleen stationair laat lopen. Dat is niet effectief. Bewustwording is de volgende stap. Kies ervoor om dichter bij elkaar te zitten, dan werk je effectiever. Iemand die 150 euro per uur kost en die steeds een kwartiertje met de lift naar beneden moet om zijn collega op de derde verdieping te zoeken, dat is niet effectief en ook niet efficiënt. Door anders te werken maak je een efficiencyslag in je bedrijf en ontstaat er een nieuwe dynamiek”.

Je bent bekend van vele duurzame gebouwen in Nederland. Welke (bestaande) gebouwen had je eigenlijk nog willen ontwerpen?
De Ruiter: “Er zijn legio voorbeelden, maar ze vaak aan functie gekoppeld. Tot nu toe heb ik veel kantoren en hotels ontworpen, maar ik zou graag een bibliotheek, gemeentehuis of ziekenhuis ontwerpen. Recentelijk hebben we de opdracht binnen gehaald om de Afsluitdijk te verduurzamen. Dat is ook een heel mooie uitdaging”.

Er is veel gebouwd in Nederland en er staat veel leeg. Wat moeten we ermee?
De Ruiter: “De gebouwen die op een goede plek staan, daar kun je nog wat mee. Maar er zijn veel slechte plekken en steden gemaakt. Perifere bedrijvenparken met alleen maar kantoren. Alleen ontwikkeld met het idee: ‘we zetten er maar kantoren in, dan gaat de waarde omhoog’. Maar die gedachte blijkt niet robuust. Er is sprake van leegstand en de vraag is sterk afgenomen, een sneeuwbaleffect in de verkeerde richting”.

DTZ Zadelhoff heeft onlangs een lijst met leegstaande gebieden bekend gemaakt. Het kantorengebied rondom treinstation Amsterdam Sloterdijk staat op één. Heb je daar een oplossing voor?
De Ruiter: “Wij geloven als bureau heel erg in functiemenging. Er ligt al een mooie verbinding met het spoor. Daar moet je gewoon een stad maken waar mensen willen wonen en recreëren. Er zijn nu alleen maar kantoren, ’s avonds is het er doods en wil niemand er zijn. Maar het is een prachtige plek in Amsterdam. Je zou daar de stad kunnen doortrekken. Enkel kantoren bij elkaar werkt niet. Uit die monocultuur hebben we onze lering nu wel getrokken”.

Wat zou je tegen een gemeente willen zeggen hierover?
De Ruiter: “Ja, die zien het wel, maar er spelen heel veel commerciële belangen. In Amsterdam zijn de bestemmingsplannen traditioneel en die blijven ook traditioneel. Omdat ze bang zijn dat vernieuwing hun gebieden bedreigt. Als je al die stenen bij Sloterdijk ziet, dan denk je: ‘jeetje, wat wordt hier een kapitaal vernietigd’. Je moet er iets mee willen als gemeente. Laat er studenten wonen. Maar de gemeente is ook in andere gebieden bezig met studentenhuisvesting. Gebieden gaan dan met elkaar concurreren en dat willen ze niet. Maar als je sec kijkt: het is een slecht stuk stad waar niemand wil komen, en dat moet je als gemeente willen veranderen. Mooi voorbeeld is de Highline in New York. Toch ook troosteloos gebied dat met een stadspark nieuw leven is ingeblazen. Het gebied daar om heen, het Meat Packing District, is nu een van de meest aantrekkelijke gebieden van die stad”.

Bron: Energievastgoed.nl
Foto: Paul de Ruiter architectenbureau / Pieter Kers