INTERVIEW Henk Vlug: “Energiekaart voor ‘quick wins’ energie”

Henk Vlug is directeur van vastgoedbeheerder Fortrus. Fortrus brengt o.a. adviezen uit aan vastgoedeigenaren, verzekeraars en huurders om hun vastgoed te verduurzamen. Vlug heeft de nodige praktijkervaring opgedaan met de onlangs gelanceerde Energiekaart Winkels. In dit interview benoemt hij zowel de voordelen als de verbeterpunten van het instrument.

Wat zijn de voordelen van de Energiekaart Winkels?
Breda_I8F1339 breda ginnekenweg c&a kopieVlug: “Ik omschrijf de Energiekaart oneerbiedig als een ‘dashboard’. Het voordeel is dat vastgoedeigenaren  – en gebruikers in één oogopslag zien wat er aan het pand verbeterd kan worden. Het zorgt er ook voor dat er een dialoog op gang komt tussen eigenaar en huurder en dat ze in gesprek komen over (het opheffen van) de ‘split incentive’. Bottom line: het is laagdrempelig, de gebruiker ziet snel de ‘quick wins’ en het goed te gebruiken als startdocument ”.

Wat is het verschil met andere tools?
Vlug: “De informatie op de Energiekaart is gecomprimeerd en niet exact. Het biedt geen 100 procent nauwkeurigheid. Een EPA-U advies, die als onderlegger  dient, is veel preciezer en concreter. Hiermee bepaal je de exacte besparingen in euro’s en kuub gas”.

Hoe reageren je klanten erop?
Vlug: “Onze gesprekspartners zijn vaak eigenaren van vastgoed, maar ze zijn over het algemeen terughoudend om te verduurzamen. Ik merk dat ze producten zoals de EPA-U en een BREEAM-NL certificaat vaak nog te ingewikkeld en bang zijn dat dit hoge kosten met zich meebrengt. Deze producten zitten technisch erg goed in elkaar, maar het vergt ook meer tijd, moeite en middelen om te realiseren. De Energiekaart is daarmee wat toegankelijker. We adviseren wel om aansluitend een  BREEAM-NL certificering te overwegen”.

Waar liggen de ‘quick wins’ bij winkels?
Vlug: “Grosso modo kun je 10 tot 20 procent op je energierekening besparen door je bewust met energie om te gaan d.w.z. je energieverbruik onder de loep te nemen. Daarna kun je aanvullende maatregelen toepassen zoals het isoleren van de buitenschil of vervangen van je verwarmingsketel. Ook kan de bestaande verlichting vervangen worden door LED-verlichting. De terugverdientijd van een LED-lamp ligt tussen de 1 en 2 jaar. Deze lampen geven ook minder warmte af, waardoor je minder hoeft te koelen”.

Is iedereen binnen het vastgoed al ver met duurzaamheid?
Vlug: “Ik merk dat er op de natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij het vernieuwen van een contract, wordt nagedacht over (duurzame) verbeteringen aan het vastgoed. Bij een paar partijen wordt duurzaamheid echt in de praktijk gebracht. Denk aan Redevco, Schiphol en Corio die het niet alleen verkondigen maar ook dóen. Het zijn steeds dezelfde namen die opduiken. Andere partijen zijn er minder  mee bezig en doen vaak aan ‘green washing’. Tegelijkertijd neemt de behoefte toe. Ik ben bij de NRW betrokken bij de Taskforce Duurzaamheid. Daarmee proberen we onder de leden van NRW meer aandacht voor duurzaamheid te genereren. Onbekend maakt vaak onbemind”.

Hoe komt dat een deel nog niet verduurzaamt?
Vlug: “Dat heeft te maken met de huidige, economische situatie. Hierdoor wordt er primair naar economisch gewin gekeken en wordt er pas verduurzaamd als het op korte termijn geld oplevert. Bij langere huurcontracten, bijvoorbeeld een contract voor 5 jaar met een optie van nog eens 5 jaar, worden eerder duurzaamheidsmaatregelen genomen”.

Waar kan het verder aan liggen?
Vlug: “Het heeft te maken met bewustwording en sociale controle. Ik heb twee zonen van begin twintig. Die gingen weinig bewust om met energie. Totdat ik ze onze energierekening voor ze hield. Ik beloofde dat ze de besparing op de volgende energierekening mochten verdelen. Toen zijn er bewuster gaan omgaan met verlichting, uitzetten van apparatuur etc. In het groot werkt het net zo. Het zal nog wel even duren voordat ook de onderkant van de vastgoedmarkt met duurzaamheid aan de slag gaat. Onder druk wordt alles vloeibaar. Ik heb zelf ook duurzaamheid moeten ‘leren’. Maar ik denk dat dit de enige manier is om onze maatschappij en dus ook ons vastgoed in te richten”.

Nog een laatste gedachte?
Vlug: “Ik verwacht dat we in de toekomst met één duurzaamheidscertificaat gaan werken. Het is nu te versnipperd. Het is me om het even welk certificaat het wordt. Wel denk ik dat heel veel elementen van het toekomstige certificaat nu al in een BREEAM-NL of LEED zitten. Dus wacht niet en ga daarmee aan de slag”.

Foto: Esprit en C&A in Breda, eigenaar Redevco Nederland.