Utrechtse mix voor energiebesparing: ‘Eerst stimuleren, daarna verplichten’


Tekst: Norbert Cuiper, eerder geplaatst op Ensoc.nl

Foto: Gemeente Utrecht stimuleert de plaatsing van zonnepanelen (foto VandenPol.com)

Gemeente Utrecht probeert bedrijven te bewegen om energie te besparen. ‘We proberen ze eerst te stimuleren. Als dat niet lukt gaan we direct verplichten,’ zegt deelprogrammamanager handhaving Ruben van Brenk.

Met het programma Utrechtse Energie! probeert de gemeente Utrecht haar energiegebruik te verduurzamen. Dat streven geldt niet alleen voor de eigen organisatie, maar strekt zich ook uit naar bedrijven en andere organisaties die in de gemeente zijn gevestigd. Dit gaat op basis van de Utrechtse mix van vrijwilligheid en verplichten op basis van het Activiteitenbesluit, zegt deelprogrammamanager handhaving en senior hoofdinspecteur Van Brenk in een telefonisch interview met Ensoc. Van Brenk zag bijna 25 jaar lang als hoofdinspecteur milieu bij de gemeente Utrecht erop toe op dat bedrijven voldeden aan de milieuwetgeving. Vanaf begin 2011 is hij ook deelprogramma-manager Utrechtse Energie bij de gemeente Utrecht.

Stimuleren en verplichten

Van Brenk: ‘We proberen bedrijven eerst te stimuleren om energie te besparen, door ze voor te lichten en door te lichten. Daarbij speelt overdracht van kennis een belangrijke rol. Als het bedrijven niet lukt om de slag naar energiebesparing te maken, moeten we gaan handhaven en zonodig toepassen van dwangsommen. We proberen alert te blijven op de overgang van stimuleren naar verplichten. We maken ook gebruik van maatregellijsten voor bedrijven in Utrecht, maar moeten per bedrijf beoordelen of we nog gaan stimuleren of overgaan tot handhaving door inspecteurs opdracht te geven om langs te gaan. Die overgang luistert heel nauw. We moeten niet gaan handhaven als een bedrijf nog in het stimuleringstraject zit’

Laaghangend fruit

Het gaat het met het programma Utrechtse Energie? Van Brenk: ‘Het is lastig om de resultaten aan te geven in termen van vermindering van de CO2-uitstoot. Er zijn twee stimuleringsprojecten die een CO2-reductie van ruim 10 procent hebben gerealiseerd. Dat zijn het project Duurzame Hospitality en Energieconvenant Utrecht.’ In de afgelopen jaren zijn al veel energiebesparende maatregelen genomen bij circa 500 bedrijven waar we ons binnen de gemeente op richten. Daarbij gaat het voornamelijk om het plukken van laaghangend fruit, waarvan het lastig is om de gerealiseerde besparingen te berekenen. Bedrijven kunnen dit wel achterhalen door op de energiemeter te kijken en te vergelijken met een eerder jaarverbruik.’

Koploper

Utrecht is net als onder andere Amsterdam, Den Bosch en Nijmegen koploper met de energietransitie, vertelt Van Brenk. ‘Gemeente Utrecht was ruim voor de ondertekening van het nationale energieakkoord al bezig met verduurzamen. Het stelde al in 2011 haar eigen energieprogramma op. Dit is een stuk ambitieuzer dan het energieakkoord: voor 2020 moet er 30 procent energie worden bespaard en 20 procent van de energie moet duurzaam zijn opgewekt. En in 2030 moet de energievoorziening in de gemeente energieneutraal zijn. Het programma verkeert nu in een tussenjaar, maar zal in 2016 worden verlengd. We zijn hiermee ver vooruit op de meeste andere gemeenten.’

Peloton

Van Brenk kijkt sceptisch aan tegen de Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie, die onlangs is opgericht. ‘Ik zie veel belangenpartijen en voorlopers, maar het zijn steeds dezelfde clubs. Er moet nog veel meer bij om voldoende gewicht in de schaal te leggen. We moeten de grote meerderheid van de bedrijven meekrijgen. Daar is het om te doen.’ Van Brenk ziet dat koplopers vaak werken met een keurmerk, zoals dat van de ISSO en de CO2-prestatieladder. Deze bedrijven hebben al een pakket aan maatregelen doorgevoerd om hun energievoorziening te verduurzamen. Wel moeten we kritisch zijn op greenwashing. We moeten niet alleen afgaan op wat bedrijven over zichzelf roepen.’

Financieel voordeel

Bedrijven investeren vooral in energiebesparing omdat ze daarvan financieel voordeel ervaren, zo blijkt uit onderzoek van ECN. Van Brenk bevestigt deze bevinding op basis van de gesprekken die hij voert met bedrijven. ‘Dit is ook zo, maar toch weten veel bedrijven niet dat ze dit in afzienbare tijd kunnen terugverdienen. Ze moeten deze kennis eerst opdoen. Als ze dit eenmaal wel weten kost het ook niet veel moeite om ze te laten investeren in energiebesparing. Een bedrijf die dit dan niet doet loopt dan kans om een dwangsom opgelegd te krijgen om in ieder geval te voldoen aan het wettelijk minimum. Dat gebeurt slechts in een enkel geval.’

Uitbesteden

Van Brenk ziet dat de meeste gemeenten de handhaving overdragen aan een omgevingsdienst. ‘Een omgevingsdienst krijgt hiermee een extra taak, maar krijgt geen extra geld om dit uit te voeren. Dat maakt het lastig om de gemeente te ondersteunen. Daarnaast krijgt een omgevingsdienst slechts een eenmalige bijdrage van een tot twee ton van de Rijksoverheid. Dat gaat snel op aan de organisatie en het opleiden van personeel, waardoor weinig geld overblijft. Ook geven gemeenten en provincies nog steeds vooral prioriteit aan andere thema’s zoals veiligheid. Op zich belangrijke thema’s maar hierdoor zie ik nog niet zoveel beweging op gebied van energiebesparing.’

Meer stimuleren

Volgens Van Brenk is er meer geld nodig voor omgevingsdiensten om bedrijven te bewegen tot energiebesparing. Ook pleit hij voor een extra pot met geld voor bedrijven die ingrijpend willen investeren in energiebesparing. ‘De industrie betaalt een lage prijs voor energie. Hierdoor zijn bedrijven minder geneigd om te investeren in energiebesparing en duurzame energie. De Rijksoverheid zou dit ook kunnen stimuleren via fiscale maatregelen. Dat zou goed zijn,’ zegt Van Brenk. Gemeente Utrecht heeft een energiefonds met 5 tot 6 miljoen euro. ‘Dat is geen subsidie, maar leningen en garantstellingen helpen wel om bedrijven te laten investeren in energiebesparing.’

Energiecoördinator

Elke gemeente zou er goed aan doen om een energiecoördinator aan te stellen, zegt Van Brenk. ‘Een energiecoördinator met kennis van techniek, subsidies en gedragsmaatregelen kan bedrijven maar ook de eigen organisatie van de gemeente helpen met energiebesparing. Zeker voor de grotere gemeenten is dat zinvol.’ Ook adviseert Van Brenk om het energiegebruik te meten om gerichtere maatregelen te nemen. ‘Bedrijven moeten investeren in een energiebeheersysteem. Dan brengt elke geïnvesteerde euro in energiebesparing het meeste op.’ Een energiecoördinator met een overzicht over de besparingsmaatregelen kan een planning maken. Dat geldt niet alleen voor gemeenten, maar ook voor bedrijven,’ aldus Van Brenk.

Ruben van Brenk is naast zijn functie als deelprogramma-manager Utrechtse Energie ook docent voor de opleiding Energiecoördinator van FedEC, vereniging van energieadviseurs. Meer informatie over de opleiding staat hier.