WELL-certificering maakt gebouwen tot gezondere leef- en werkomgeving


Sinds enkele decennia leggen we veel nadruk op het ontwerpen van energiezuinige gebouwen. Maar zijn we daarbij het belangrijkste doel van een gebouw of een woning uit het oog verloren? Creëren en bouwen we nog wel de meest gezonde en veilige leef- en werkomgeving? Met de komst van WELL-certificering gaat de aandacht in elk geval weer naar die aspecten waaraan gebruikers en bewoners de meeste waarde hechten. Een omgeving waarin het goed toeven is.

Deze tekst is geschreven door Rob van Mil, Stijlmeesters, en verscheen eerder in TVVL Magazine 10 2017 .

Certificering groeit in populariteit, als instrument waarmee we de prestatie of status van bijvoorbeeld een gebouw aanduiden. Met het Energielabel, maar ook met BREEM- en LEED-certificering, zet de vastgoedwereld de afgelopen jaren sterk in op het aantonen van de energiezuinigheid en duurzaamheid van het gebouw. Onder invloed van deze eisen zijn bijvoorbeeld het energiegebruik maar ook de luchtdoorlatendheid van gevels, daken, en vloeren sterk gereduceerd. Alleen hebben deze maatregelen ook een duidelijke invloed op het binnenmilieu. Gebruikers en bewoners in een gebouw merken dat steeds vaker. Daardoor ontstaat zo langzaam maar zeker de wens om de leefbaarheid in gebouwen en woningen eveneens aan normen te onderwerpen. Met de WELL-certificering wordt aan die groeiende wens tegemoet gekomen.

(…)

In totaal zijn er zeven categorieën waarop een gebouw punten moet scoren om het WELL-certificaat te kunnen behalen. Die zeven zijn: Lucht, Water, Licht, Voeding, Fitness, Welzijn en Comfort. “Op de eerste drie, maar ook op comfort, kan de installatietechniek veel invloed uitoefenen. Bij fitness kun je nog denken aan een zodanige routing in een gebouw dat mensen makkelijker de trap nemen dan de lift. Maar voeding of welzijn zijn echt onderwerpen, waarin een werkgever of verhuurder van een pand een bepalende rol speelt”, zegt Boerstra.

Lees hieronder het volledige artikel.

Bron: TVVL