Blog: Verduurzaming – de gemeenten zijn aan zet!


Eind 2018 is de Klimaatwet aangenomen door de Tweede Kamer. Een wet met als doel om bepaalde klimaatdoelstellingen voor meerdere kabinetsperiodes vast te leggen; iets dat geen overbodige luxe lijkt gezien de grote politieke meningsverschillen over het onderwerp. Het doel van de Klimaatwet is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen om zo tegemoet te komen aan de internationaal gemaakte klimaatafspraken in Parijs.

Dit blog van Pim Bressers verscheen eerder op HEVO.nl

Deze wet, zie afbeelding, heeft als belangrijkste doel zekerheid te bieden aan burgers en bedrijven over de weg die Nederland inslaat. Over hoe deze doelen precies behaald moeten worden wordt de komende maanden nog volop onderhandeld. De concreet te nemen maatregelen worden vastgelegd in het Klimaatakkoord. Een ontwerp van dit akkoord is de dag na het aannemen van de Klimaatwet door de Tweede Kamer gepresenteerd door het Klimaatberaad (Klimaatakkoord, 2019; NOS, 2018a; NOS, 2018b).

Voor een belangrijk deel wordt het Klimaatakkoord op regionaal niveau vormgegeven; de zogenaamde Regionale Energie Strategieën (RES). Een RES is een regionale samenwerking tussen het rijk, de provincie, gemeenten en andere stakeholders zoals de waterschappen. Nederland is hiervoor opgedeeld in 31 regio’s. Deze regio’s gaan ieder specifiek voor de eigen regio bekijken hoe de doelen van het Klimaatakkoord het best gehaald kunnen worden. Provincies en gemeenten houden hiermee de regie (deels) zelf in de hand en kunnen zoeken naar lokale krachten en mogelijkheden.

Een mooie bijwerking van deze aanpak is de bevordering van de maatschappelijke acceptatie en bewustwording van de energietransitie. Het wordt immers niet van bovenaf opgelegd, maar kent een meer bottom-upstructuur (VNG, 2019a). In concept moeten de RES juni 2019 klaar zijn. Vervolgens wordt door het PBL doorgerekend of, met de vanuit de regio’s voorgestelde acties, de nationale doelstelling behaald wordt. Na eventuele aanpassingen moeten eind 2019 de definitieve RES overhandigd worden zodat dit vanaf 2020 meegenomen kan worden in het omgevingsbeleid.

Gebouwde omgeving

In het maatschappelijke Klimaatakkoord wordt momenteel vooral onderhandeld aan vijf sectortafels: Gebouwde omgeving, Landbouw en landgebruik, Industrie, Elektriciteit, Mobiliteit. Gemeenten spelen in deze fase met name een rol aan de tafel ‘Gebouwde omgeving’.

Bij de gebouwde omgeving speelt samenwerking met andere betrokkenen een grote rol. De insteek is namelijk dat de energietransitie de burger niet op hoge additionele kosten mag jagen. Het rijk kan daarop inspelen door het verstrekken van subsidies maar ook andere partijen met innovatieve oplossingen moeten hun aandeel leveren. Behalve de wijkgerichte aanpak waarbij gemeenten voornamelijk de regie voeren is het van belang dat ze ook naar het eigen gemeentelijk vastgoed kijken (VNG, 2019b).

Om tegemoet te komen aan het Klimaatakkoord, de Klimaatwet en om uiteindelijk dus ‘Paris-proof’ te worden, staan er voor gemeenten de komende jaren een aantal belangrijke veranderingen op de agenda. Binnen het maatschappelijk vastgoed moet je rekening houden met de volgende eisen:

  • Nieuwbouw in opdracht van gemeenten is vanaf 2019 minimaal bijna energieneutraal (BENG).
  • Nieuwbouw in opdracht van gemeenten is vanaf 2020 waar mogelijk gasloos of klaar om gasloos te worden.
  • Energieneutraliteit in 2040.

Lees de rest van het blog verder op HEVO!

Bronnen

Klimaatakkoord, 2018, Inputnotitie Routekaarten maatschappelijk vastgoed
Klimaatakkoord, 2019, www.klimaatakkoord.nl 
NOS, 2018a, Tweede Kamer neemt Klimaatwet aan
NOS, 2018b, Kamer over klimaatwet: van ‘historisch’ tot ‘vreselijk’
VNG & Bouwstenen voor Sociaal , 2018, Uitkomsten enquête gemeentelijk vastgoed 2018
VNG, 2019a, Regionale Energiestrategie (RES)
VNG, 2019b, Sectortafels Klimaatakkoord

Tekstbron: HEVO

Beeld figuur_1_blog_pim_verduurzaming: Klimaatwet / HEVO